Romandie.com
 
Créer un blog | Noter ce blog | Signaler un abus
 
| Autre blog ? >>  

SOS Bushmen

Diamanten en aids.

Botswana is een zeldzaam succesverhaal: een land van veeboeren en Bosjesmannen dat zich opeens ontpopt tot een Afrikaanse tijger, met een gemiddelde groei van negen procent per jaar

Botswana is een oase van rust op het catastrofencontinent Afrika, zonder rassenhaat, hongersnood of massamoorden

Onze mijnen leveren zeventig procent van de diamantproductie van De Beers, dan is tien procent van de aandelen toch wat minnetjes

De grootste bedreiging van het succesverhaal van Botswana heet aids

Jarenlang vocht de overheid vergeefs om de bevolkingsaanwas onder controle te krijgen. De aidsepidemie lost dat nu in haar plaats op

In 1994 verdween Botswana van de VN-lijst van minst ontwikkelde landen, door aids dreigt het daar nu opnieuw terecht te komen

Succesverhaal Botswana krijgt klappen

Botswana is een zeldzaam Afrikaans succesverhaal. Dankzij de diamanten boekte het landje in de Kalahari wereldrecord-groeicijfers. Maar nu dreigt aids de bodem onder het economische wonder uit te slaan. Zal het ooit lukken in Afrika? Gilbert Roox

DE OMVANG van de krater slaat met verstomming. Zelfs de megatrucks van 240 ton lijken niet meer dan brommende torren in het tweehonderd meter diepe gat, dat een omtrek van twee kilometer heeft. Op de bodem hakken twee graafmachines wanhopig in de blauwbruine ertsbergen. Dit is Jwaneng, 's werelds rijkste diamantmijn, aan de rand van de Kalahariwoestijn.

Dertig jaar geleden was 'de plaats van kleine stenen' een godvergeten gat in de "bush," waar alleen veehoeders kwamen. Toen ontdekten geologen van de diamantmultinational De Beers er kimberliet. Naar verluidt dankten ze hun vondst aan het ondergrondse gewroet van termieten, die het blauwe diamanterts in hun heuvels verwerkten. Vandaag is de mijn van Jwaneng een miljardenbedrijf dat voor 12 miljoen karaat diamanten bovenhaalt, meer dan de hele jaarproductie van Zuid-Afrika. Tachtig procent heeft juweelkwaliteit.

Diamantontginning blijkt vooral puin ruimen. Voor een ton kimberliet moet vier miljoen ton zand en rots worden afgegraven. En dat ton levert na herhaaldelijk verpulveren, spoelen en doorlichten met röntgenstralen hoop en al 1,5 karaat diamant op, wat overeenstemt met 0,3 gram. Niet voor niets wordt diamant 's werelds meest geconcentreerde vorm van rijkdom genoemd. "Al zou je dat niet zeggen als je het hier vindt: vieze stukjes glas verstopt in vulkanische modder", spot de mijnmanager Jerry Taylor.

De woestijnrepubliek Botswana is 's werelds grootste diamantproducent. Vorig jaar brachten de drie diamantmijnen van Debswana Diamond Company een slordige 2,2 miljard euro op. Het hele land leeft ervan: diamant zorgt voor tachtig procent van de buitenlandse deviezen en de helft van het overheidsbudget. En toch heeft bijna geen enkele Botswaan ooit een steentje van eigen bodem aanschouwd. Meer zelfs, op het bezit van ruwe diamant staat een gevangenisstraf van twaalf jaar.

De mijn van Jwaneng is officieel veiligheidsgebied: slechts te betreden na schriftelijke toestemming en te verlaten na een grondige controle. Traliehekken en rollen prikkeldraad schermen de krater af. Alle apparatuur die hier binnenkomt, gaat er nooit meer uit. Om smokkel tegen te gaan, worden kapotte vrachtwagens, gereedschappen en graafmachines op de omheinde schroothoop zelf begraven.

Zelfs de mijnarbeiders krijgen nooit een steentje in handen. De ertszuivering gebeurt volautomatisch, achter de metalen wanden van het Aquarium, een honderd meter hoge hightech toren. Daarna wordt de oogst met loeiende sirenes in een gepantserde geldwagen naar het centrale sorteercentrum overgebracht. Dat ligt in de hoofdstad, Gaborone, 160 kilometer verderop. Met automatische geweren zwaaiende politiemannen houden toezicht bij het lossen.

In de toren van de Botswana Diamond Valuing Company (BDVC) werken 500 mensen, vooral sorteerders. Per jaar gaan hier 120 miljoen ruwe diamanten over de toog, die voor verzending naar de Central Selling Organisation van De Beers in Londen in vijfduizend categorieën worden verdeeld. Monnikenwerk, waarbij de sorteerders voortdurend door gemaskeerde bewakingscamera's in de gaten worden gehouden.

De security gaat ver. Iedereen bij de BDVC draagt broeken met dichtgenaaide zakken. En de verzegelde containers uit de mijnen mogen alleen in een hermetisch afgesloten handschoenenkast worden geopend. Alsof diamant een levensgevaarlijk radioactief goedje is.

KAN DIAMANT doden? In Angola, Sierra Leone en Congo waren de kostbare steentjes de jongste tien jaar inzet van bloedige burgeroorlogen die miljoenen mensenlevens kostten. Ngo's begonnen een wereldwijde campagne tegen Afrikaanse 'bloeddiamanten'. Een consumentenboycot leek in de maak en de diamantbusiness schrok zich rot. Met het zogeheten Kimberley-overleg probeerde het schoon schip te maken: vanaf 2003 moet een wereldwijd systeem van certificaten van oorsprong conflictdiamanten van de markt bannen. En om het gehavende blazoen te herstellen, werd een grootse pr-campagne opgestart. Zo kwam het dat vorige week een hele rist Europese journalisten naar Botswana, het land van de 'propere diamant', overgevlogen werd.

"Niet diamanten doden, maar de wapenhandel." De minister van Buitenlandse Zaken, generaal Manpathi Merafhe, verwelkomt zijn internationale gasten. "Botswana bewijst dat diamant ook een motor van ontwikkeling kan zijn. Bij onze onafhankelijkheid in 1966 waren we een van de tien armste landen ter wereld. Een grote, lege zandbak, met vrijwel geen middelen van bestaan. Maar een jaar later vonden we diamant, en alles veranderde. Het inkomen per hoofd groeide van 80 naar 3.600 dollar, meer dan Zuid-Afrika. Vandaag krijgen alle Botswanen tien jaar onderwijs, gratis. Bijna iedereen heeft toegang tot drinkwater en medische verzorging, en dat wil toch wat zeggen voor een land dat groter is dan Frankrijk en maar 1,6 miljoen inwoners telt. In dertig jaar is ons wegennet gegroeid van zes tot 6.400 kilometer. Vanuit elk dorp kun je naar Europa telefoneren. Zonder diamant was dat allemaal ondenkbaar geweest."

Afrika telt genoeg bananenrepublieken. De diamantrepubliek Botswana is een zeldzaam succesverhaal. Stel je voor: een land van veeboeren en Bosjesmannen dat zich opeens ontpopt tot een Afrikaanse tijger, met een gemiddelde groei van negen procent per jaar. En wellicht het meest opmerkelijke van het economische wonder is dat de rijkdom de regering niet naar het hoofd stijgt en het volk niet verdeelt. Botswana is een oase van rust op het catastrofencontinent Afrika, zonder rassenhaat, hongersnood of massamoorden.

In landen als Angola, Zaïre en Liberia blijkt diamant veeleer een vergiftigd geschenk. In Botswana werden de edelstenen pas na het vertrek van de Britten ontdekt en vooral: de overheid gaf zich niet meteen over aan potverteren. Ze besteedde de inkomsten geheel aan de opbouw van het land.

Met zijn brede lanen, marmeren ministeries en winkelcentra achter spiegelglas doet de hoofdstad Gaborone in niets meer denken aan de setting van de film "The Gods must be crazy." Maar het is geen protserige luxe, megalomanie is de Botswanen vreemd. "Onze cultuur komt uit de woestijn en daar overleef je alleen door met de voeten op de grond te blijven", zegt Jacob Sesinyi, de pr-manager van Debswana. "Onze munt heet pula en dat betekent regen. Regen is hier altijd bijzonder schaars geweest."

Sesinyi vertelt over de vader des vaderlands, Sir Seretse Khama, die de presidentiële Mercedes, het statussymbool bij uitstek van de Afrikaanse heerser, graag op stal liet en te voet naar zijn werk ging. Het typeert de cultuur van de Botswanen. Discipline en burgerzin zitten er ondanks de nieuwe rijkdom nog altijd diep in. Corruptie wordt onverbiddelijk vervolgd. In Botswana ook geen politie die op steekpenningen jaagt. Alochol drinken op straat is strafbaar. En universitair afgestudeerden moeten bij wijze van burgerdienst een jaar voor de staat werken.

Anders dan elders wordt de diamantrijkdom hier niet door deuren en ramen gegooid. Botswana heeft een deviezenreserve van meer dan zes miljard dollar opgespaard, genoeg om het land door drie magere jaren heen te helpen. Want ook al zitten er nog voor minstens honderd jaar schatten onder het zand van de Kalahari, "we moeten beseffen dat het ooit opraakt - "diamonds are not forever"," zoals president Festus Mogae bloemrijk zegt.

BOTSWANA GAAT er prat op dat het sinds zijn onafhankelijkheid altijd een volwaardige democratie is geweest. Al die tijd, zeven verkiezingen lang, is de Democratische Partij van Botswana aan de macht, maar de jongste jaren lijkt de rek er toch een beetje uit. Tijdens de verkiezingen van 1999 scheelde het weinig of de oppositie van het Botswana National Front behaalde de overwinning. Vooral in de steden groeit het ongenoegen bij jonge intellectuelen en het ongeschoolde, werkloze proletariaat.

Er is uiteraard de slijtage van de macht. Aan de top van de overheidsbedrijven steken steeds vaker corruptie en handjeklap de kop op. Maar de malaise zit dieper: het begint erop te lijken dat het economische wonder van de diamant op zijn grenzen stuit. De kostbare steentjes mogen dan miljarden opbrengen, veel banen scheppen ze niet. Botswana heeft drie diamantslijperijen, maar die maken allemaal verlies. Omdat de uurlonen te hoog zijn om met de slijpersgrootmacht India te kunnen concurreren.

Ondanks de record-groeicijfers blijft Botswana zitten met een hoge werkloosheid: officieel twintig procent, in werkelijkheid vermoedelijk het dubbele. Zowat de helft van de Botswanen leeft onder de armoedegrens, zeker op het platteland, waar negentig procent van het vee in handen is van een kleine club van herenboeren.

De overheid doet al jaren moeite om de economie minder afhankelijk te maken van de diamantrijkdommen en investeert volop in de auto-industrie, textiel en vleesverwerkende bedrijven. Niet altijd met succes. De met veel poeha gelanceerde auto-assemblagefabriek van Hyundai ging al na twee jaar door fraude over de kop.

Meer succes heeft het toerisme, met als belangrijkste trekpleister het Okavangopark, een paradijselijke rivierdelta midden in de woestijn. Botswana mikt op exclusief ecotoerisme voor de rijken: weinig volume, hoge inkomsten. Maar voorlopig profiteren daar vooral buitenlandse groepen van. Debswana wil daar iets aan doen. De volgende jaren gaat de diamantmaatschappij 300 miljoen euro investeren in de bouw van drie luxe-lodges in natuurparken.

Maar of dat het ongenoegen zal tegenhouden? Sommige opposanten stellen zelfs al het voortbestaan van de moeder der natie zelf ter discussie. Debswana Diamond Company is een fifty-fifty joint venture tussen Botswana en de diamantmultinational De Beers. "Een verstandshuwelijk waarin je verplicht bent met elkaar overeen te komen", noemt de Debswana-topman Wittet het.

Volgens de regering doet Botswana zelf binnen dat huwelijk de beste deal, omdat de winst gelijk verdeeld wordt na aftrek van royalties en belasting. Ze wijst er voorts op dat Debswana na de overname van De Beers door een consortium rond het Zuid-Afrikaanse mijnhuis Anglo American, zijn positie in De Beers tot tien procent verdubbeld heeft.

De oppositie bekijkt het plaatje heel anders. "Onze mijnen leveren zeventig procent van de diamantproductie van De Beers, dan is tien procent van de aandelen toch wat minnetjes", zegt een boze jonge intellectueel. "De Beers heeft het hele land in zijn zak, onze regering is er alleen voor de democratische façade. Het wordt tijd dat de diamantrijkdom alle Botswana ten goede komt."

MAAR DE grootste bedreiging van het succesverhaal van Botswana heet aids. Terwijl het landje aan zijn economisch wonder bouwde, raakte bijna dertig procent van de beroepsbevolking met het HIV-virus besmet. Sommigen statistieken gewagen zelfs van 38,5 procent: een wereldrecord. Maar dat cijfer slaat alleen op het aantal seropositieve zwangere vrouwen. De toestand in Botswana is overigens zo al dramatisch genoeg. Zowat zeventig procent van alle patiënten in de ziekenhuizen lijdt aan de ziekte. Schattingen lopen op tot 24.000 aidsdoden per jaar, de meesten zijn niet ouder dan dertig. En de epidemie zit nog lang niet op haar piek.

Jarenlang vocht de overheid vergeefs om de bevolkingsaanwas onder controle te krijgen. De aidsepidemie lost dat nu in haar plaats op. Vorig jaar bedroeg de bevolkingsstijging nog hooguit 0,47 procent, tegenover 3,5 procent halfweg de jaren negentig. Nog even en het zo al dunbevolkte woestijnlandje ziet zijn bevolking krimpen. Halfweg de jaren negentig bedroeg de levensverwachting hier 69 jaar, een record voor zwart Afrika. Volgens de gespecialiseerde VN-organisatie Unaids is die intussen gedaald tot 44 jaar.

"We zijn bang", zegt president Festus Mogae zonder omhaal. "Aids berooft ons van onze trots en van de vrucht van onze prestaties. De strijd tegen het virus is een nationale overlevingsstrijd."

De aidsepidemie ondermijnt niet alleen de gezondheid van de Botswanen, ze dreigt ook de economie ten gronde te richten. De komende tien jaren stijgt het aantal behoeftige gezinnen dramatisch, voorspelt Unaids. Jaarlijks knaagt aids 1,5 procent van het bruto nationaal product, wat betekent dat de economie van Botswana over een kwarteeuw met een derde gekrompen zal zijn. Er komt geen eind aan de beproevingen in Afrika. In 1994 verdween Botswana van de VN-lijst van minst ontwikkelde landen, door aids dreigt het daar nu opnieuw terecht te komen.

"De epidemie kost ons hoe dan ook een hele generatie", zegt Joy Phumaphi, de minister van Gezondheid, in haar kantoor in Gaborone. "Het komt er nu op aan de toekomst te redden."

Op de achtergrond tikt een klok met de dringende boodschap "Now it's time to stop Aids." En dat zijn geen lege woorden. Anders dan in de meeste Afrikaanse landen, steekt het beleid in Botswana niet de kop in het zand. Drie jaar geleden werd een "National Aids Council "opgericht, met de president als voorzitter. Tot in de kleinste dorpen roepen affiches jongeren op tot onthouding of beschermde seksuele contacten. Geen toilet van een overheidsgebouw of er ligt een voorraad gratis condooms.

"Alle bloeddonors worden getest", zegt Joy Phumaphi. "We hebben twintig snelle-testcentra opgezet in het hele land. Wie seropositief blijkt, krijgt ter plekke counseling. Aidsvoorlichters reizen met preventieprogramma's het platteland af."

Voorlopig vertalen die preventie-inspanningen zich nog niet in een daling van de besmettingscijfers: "In Uganda heeft dat ook tien jaar geduurd." Maar er zijn hoopgevende tekenen van een gedragsverandering: de leeftijd van de eerste sekscontacten stijgt, Botswana heeft minder tienerzwangerschappen en seksueel overdraagbare ziekten. En het programma met de aidsremmer AZT blijkt heel goed te werken bij zwangere vrouwen: "We hebben nog geen enkele besmette baby gehad."

Nu al gaat de helft van het gezondheidsbudget van Botswana naar aids. En daar komt nu nog een ambitieus plan voor antiretrovirale medicijnen bovenop: dit jaar medicijnen voor 19.000 aidszieken, en de volgende jaren moet dat aantal met telkens 20.000 stijgen. 's Werelds rijkste man, Bill Gates, en Merck Pharmaceutica geven 110 miljoen euro op voor het medicijnenplan, dat door de universiteit van Harvard wordt begeleid. Maar zal dat volstaan? Aidsremmers mogen dan scherp in prijs zijn gedaald, overheidsstudies voorspellen nog altijd een verdrievoudiging van de gezondheidskosten binnen tien jaar. Zelfs alle diamanten van de Kalahari kunnen dat niet de baas.

Maar Botswana zou Botswana niet zijn, als de diamantindustrie niet voorop liep in de strijd tegen aids. Sinds maart vorig jaar verstrekt Debswana nagenoeg gratis aidsremmers aan zijn zieke werknemers. Een zaak van overleven. Bij anonieme tests bleek een op de drie mijnwerkers seropositief. En als er geen handen meer zijn om diamant te delven, is Botswana pas echt failliet.


Commentaires


Votre commentaires :

Votre commentaire s'affichera après validation du titulaire du blog